ECLI:NL:GHARN:2007:BB5519
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ondernemingsvermogen vordering na verkoop grond aan gemeente
Belanghebbende, een veehouder met een eenmanszaak, verkocht in 1998 grond die tot zijn ondernemingsvermogen behoorde aan de gemeente. De Inspecteur stelde het verlies over dat jaar vast op ƒ 208.782, maar hield rekening met een contante waardering van een deel van de koopsom die pas na 73 maanden betaald zou worden.
Belanghebbende betwistte de waardering van het gebruiksrecht en de classificatie van de vordering van ƒ 1.400.000 als ondernemingsvermogen. Hij stelde dat de waarde van het gebruiksrecht hoger was en dat de vordering tot zijn privévermogen behoorde. Ook stelde hij dat de Inspecteur het gelijkheidsbeginsel had geschonden en vorderde vergoeding van proceskosten.
Het Hof oordeelde dat de waarde van het gebruiksrecht niet hoger is dan ƒ 99.484 en dat de vordering tot het ondernemingsvermogen behoort, omdat deze voortvloeit uit de verkoop van een bedrijfsmiddel en niet uit privévermogen. Het gelijkheidsbeginsel werd niet geschonden, omdat de Inspecteur in vergelijkbare gevallen hetzelfde uitgangspunt hanteert. Het vastgestelde verlies werd gecorrigeerd tot ƒ 241.020. Het Hof veroordeelde de Inspecteur tot vergoeding van proceskosten van € 1.127.
Uitkomst: Het Hof stelt het verlies van belanghebbende vast op ƒ 241.020 en veroordeelt de Inspecteur in proceskosten.