ECLI:NL:GHARN:2007:BB6140
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J. van de Merwe
- R.F.C. Spek
- N.E. Haas
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen voorlopige aanslag inkomstenbelasting en toepassing bijzonder tarief
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1999 een voorlopige aanslag inkomstenbelasting opgelegd. Na bezwaar werd deze verminderd, maar de Rechtbank Arnhem verklaarde het beroep ongegrond. Belanghebbende stelde hoger beroep in bij het Gerechtshof Arnhem.
Het Hof oordeelde dat een onherroepelijke definitieve aanslag aan de ontvankelijkheid van een beroep tegen een voorlopige aanslag niet in de weg staat. De bewijslast voor de juistheid van de voorlopige aanslag rust op de Inspecteur. Uit het dossier bleek dat belanghebbende via een BV handel dreef in bloembollen waarvan een deel niet in de administratie was verwerkt, wat resulteerde in een vermomde dividenduitdeling.
De Inspecteur had de verzwegen omzet berekend op ƒ 115.350, maar het Hof corrigeerde dit naar ƒ 110.450 op basis van prijsaanpassingen. Belanghebbende bracht geen bewijs aan voor aftrek van kosten op deze omzet. Het Hof besloot de voorlopige aanslag te verminderen tot een belastbaar inkomen van ƒ 125.450, waarvan ƒ 68.476 belast wordt tegen het bijzondere tarief. Tevens werd de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het Gerechtshof vermindert de voorlopige aanslag tot een belastbaar inkomen van ƒ 125.450 en verklaart het hoger beroep gegrond.