4.6. De Inspecteur heeft, zoals blijkt uit hetgeen is opgenomen onder 2.7., diverse
malen tevergeefs verzocht om alle facturen van de gemachtigde en het accountantskantoor D die ten grondslag liggen aan de uitgaven ter grootte van € 60.158. Uiteindelijk, in hoger beroep, heeft belanghebbende de accountants- en advieskosten slechts tot een bedrag van € 6.920,15 met stukken onderbouwd. In het licht van deze stukken, de – door belanghebbende onvoldoende weersproken – stelling van de Inspecteur dat de heer F in privé in onderhavig jaar (eveneens) diverse fiscale procedures heeft gevoerd en de aannemelijkheid dat ook daarvoor accountants- en adviseurskosten in rekening zijn gebracht en onweersproken is gesteld dat geen anderen dan gemachtigde en accountantskantoor D werkzaamheden te dier zake hebben verricht, acht het Hof de Inspecteur erin geslaagd aannemelijk te maken dat in de onderhavige uitgaven op zijn minst een bedrag van € 10.000 is begrepen dat is gedaan met het oog op de bevrediging van de persoon-lijke behoeften van de aandeelhouder in belanghebbende, de heer F. Ten overvloede zij nog opgemerkt dat het Hof uit voorgaand arrest en het arrest van de Hoge Raad van 21 september 1994, nr. 29.356, onder andere gepubliceerd in BNB 1995/16, afleidt dat ingeval de uitgaven niet ten gunste van de heer F zouden zijn gedaan, de vraag nog dient te worden beantwoord of de uitgaven kosten vormen. De bewijslast hiervan rust op belanghebbende. Het Hof acht belangheb-bende niet in haar bewijslast geslaagd. Met name niet omdat belanghebbende de onderliggende facturen van de onderhavige kosten tot een bedrag van € 53.238, na daarom diverse malen te zijn verzocht, niet heeft overgelegd. Het gelijk met betrekking tot dit geschilpunt is aan de Inspecteur.
5. Slotsom
De uitspraak van de Rechtbank kan niet in stand blijven. Gelet op het voorgaande dient voor het jaar 2001 het verlies nader te worden vastgesteld op € 74.911 (€ 375.335 – € 450.246). Mitsdien dient de aanslag te worden verminderd tot nihil en dient de verliesverrekeningsbeschikking te worden vernietigd.
6. Kosten
De proceskosten van belanghebbende zijn in overeenstemming met het Besluit proceskosten bestuursrecht te berekenen op € 1.127 (2,5 x € 322 x 1) aan kosten van door een derde beroeps-matig verleende rechtsbijstand. Overige proceskosten zijn niet gesteld danwel gebleken.
7. Beslissing
Het Gerechtshof:
- vernietigt de uitspraak van de Rechtbank behoudens de beslissingen omtrent het griffie-recht en de proceskosten;
- verklaart het beroep gegrond voorzover het ziet op de aanslag, de verliesverrekeningsbe-schikking en de verliesvaststellingsbeschikking;
- vernietigt in zoverre de uitspraken op bezwaar van de Inspecteur;
- vermindert de aanslag vennootschapsbelasting 2001 tot nihil;
- vernietigt de verliesverrekeningsbeschikking;
- stelt het verlies voor het jaar 2001 nader vast op € 74.911;
- verklaart het beroep tegen de mededeling betreffende het bedrag aan nog te verrekenen verlies niet-ontvankelijk;
- gelast de Staat aan belanghebbende het door haar gestorte griffierecht van € 428 te vergoe-den;
- veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende voor een bedrag van € 1.127,00 en wijst de Staat aan dit bedrag aan belanghebbende te vergoeden.