ECLI:NL:HR:2004:AQ6917
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over toepassing 16e standaardvoorwaarde bij aandelenverkoop en kwijtschelding schuld
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1996 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd, die na bezwaar door het hof werd verminderd. Het hof oordeelde dat door de prijsbepaling van aandelen in dochtermaatschappij B mede gebaseerd op een kwijtschelding van een rekening-courantschuld, belanghebbende haar vordering en daarmee de tegenwaarde van de goodwill had gerealiseerd, waardoor de 16e standaardvoorwaarde van toepassing was en de termijnverkorting niet kon worden toegepast.
Belanghebbende stelde cassatie in tegen dit oordeel, terwijl de Staatssecretaris van Financiën incidenteel beroep instelde. De Hoge Raad overwoog dat de kwijtschelding van de schuld door belanghebbende als informele kapitaalstorting moest worden beschouwd, waardoor de sanctie van de 16e standaardvoorwaarde niet van toepassing was. De verkoop van aandelen vond bovendien na het verstrijken van de termijn van drie jaar plaats.
De Hoge Raad vernietigde het hofarrest en de uitspraak van de inspecteur, stelde het verlies over 1996 vast op ƒ 212.039 en bepaalde dat de aanslag werd verminderd tot nihil. Tevens werd de Staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten en werd belanghebbende het griffierecht vergoed.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest, vermindert de aanslag tot nihil en stelt het verlies over 1996 vast op ƒ 212.039.