ECLI:NL:GHARN:2009:BH6968
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toerekenbare tekortkoming en schadevergoeding wegens oneigenlijk gebruik van beltegoeden door ETC
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of ETC door haar handelwijze jegens Vodafone in strijd met contractuele verplichtingen heeft gehandeld en daardoor schade heeft veroorzaakt. ETC gebruikte beltegoeden van Vodafone om met randapparatuur vele korte verbindingen te maken naar een door haar geëxploiteerd Premium Rate-nummer, wat door Vodafone als oneigenlijk gebruik werd aangemerkt.
Het hof stelde vast dat ETC zich van dit gebruik had moeten onthouden en dat zij toerekenbaar tekort was geschoten in haar contractuele verplichtingen jegens Vodafone. Vodafone vorderde schadevergoeding voor de interconnectievergoedingen die zij aan KPN betaalde als gevolg van dit gebruik. Het hof wees de vordering toe, maar verwees de zaak naar de rol voor nadere onderbouwing van het schadebedrag.
ETC had in reconventie schadevergoeding gevorderd wegens tariefwijzigingen en niet toegekende beltegoeden, maar deze vorderingen werden afgewezen omdat Vodafone haar nakoming had opgeschort als reactie op het tekortschieten van ETC. Ook het beroep van ETC op de termijn voor tariefwijziging werd naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid verworpen. Het hof veroordeelde ETC tot terugbetaling van onverschuldigde bedragen aan Vodafone met wettelijke rente. De zaak werd aangehouden voor verdere beslissing.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat ETC toerekenbaar tekort is geschoten en wijst de schadevordering van Vodafone deels toe, terwijl de reconventionele vorderingen van ETC worden afgewezen.