ECLI:NL:GHARN:2009:BI3219
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt dat Nederland geen belastingheffing heeft over liquidatie-uitkering van Belgische inwoner
Belanghebbende, een Nederlandse nationaliteit dragende persoon die in België woont, ontving in 1997 een liquidatie-uitkering uit een vennootschap waarvan de werkelijke leiding in België was gevestigd. De Inspecteur legde een navorderingsaanslag IB/PVV op, waarbij de liquidatie-uitkering werd belast tegen 20%.
De Rechtbank Arnhem had de navorderingsaanslag deels vernietigd en de liquidatie-uitkering belast tegen 15%. Zowel belanghebbende als de Inspecteur gingen in hoger beroep. Het geschil spitste zich toe op de vraag of Nederland heffingsbevoegdheid had over de liquidatie-uitkering en tegen welk tarief deze moest worden belast.
Het Hof oordeelde dat op grond van het belastingverdrag Nederland geen heffingsbevoegdheid heeft omdat de vennootschap feitelijk in België werd bestuurd en belanghebbende daar woonde. De navorderingsaanslag werd daarom vernietigd. Daarnaast werd vastgesteld dat een klein bedrag aan rente-inkomsten wel in Nederland belastbaar was, wat leidde tot een aanpassing van de verliesverrekening.
Het Hof veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten en bepaalde dat de Staat het griffierecht aan belanghebbende moest vergoeden. Het incidentele hoger beroep van de Inspecteur werd afgewezen.
Uitkomst: De navorderingsaanslag inkomstenbelasting over de liquidatie-uitkering is vernietigd omdat Nederland geen heffingsbevoegdheid heeft volgens het belastingverdrag met België.