ECLI:NL:GHARN:2009:BJ0361
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging navorderingsaanslagen OZB na ambtshalve vermindering
Belanghebbende was eigenaar en gebruiker van een onroerende zaak en kreeg voor de jaren 2001 tot en met 2004 aanslagen onroerendezaakbelasting (OZB) opgelegd tegen het tarief voor niet-woningen. Na bezwaar werd hem medegedeeld dat de aanslagen ten onrechte waren berekend en dat verminderingsbeschikkingen zouden volgen.
Voor 2001 ontving belanghebbende een correcte verminderingsbeschikking, maar voor de jaren 2002 tot en met 2004 werden de aanslagen eerst ambtshalve onherstelbaar verminderd tot nihil, waarna nieuwe aanslagen werden opgelegd tegen het lagere woningentarief. Belanghebbende betaalde deze aanslagen en ontving de teruggaven.
Het geschil betrof de vraag of de ambtenaar deze tweede aanslagen terecht had opgelegd. Het Hof oordeelde dat het niet is toegestaan een ambtshalve verleende vermindering te herstellen door een tweede primitieve aanslag, maar dat navordering mogelijk is indien sprake is van een vergissing die direct kenbaar was. Omdat de onjuiste verwerking van de vermindering een dergelijke vergissing was, kwalificeerden de nieuwe aanslagen als navorderingsaanslagen en waren zij terecht opgelegd.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslagen worden bevestigd.