ECLI:NL:GHARN:2009:BJ4184
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens niet-inschrijving in rechtsmiddelenregister
In deze civiele zaak tussen appellant en geïntimeerde staat de vraag centraal of appellant ontvankelijk is in zijn hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Almelo van 21 november 2007. Appellant had het hoger beroep ingesteld, maar heeft nagelaten dit binnen de voorgeschreven termijn van acht dagen in te schrijven in het rechtsmiddelenregister zoals vereist door artikel 3:301 lid 2 BW Pro en artikel 433 Rv Pro.
Het hof stelt vast dat deze inschrijving niet heeft plaatsgevonden en dat dit een strikte formaliteit betreft die strikt gehandhaafd wordt ter bescherming van de rechtszekerheid omtrent registergoederen. Omstandigheden zoals het ontbreken van benadeling van derden of het feit dat appellant later alsnog meewerkte aan de levering kunnen dit verzuim niet herstellen.
Het geschil betreft de levering van onroerende zaken en de vaststelling van een overnamesom na het overlijden van de vader van partijen en de verdeling van de nalatenschap. Hoewel appellant aanvankelijk weigerde mee te werken aan de levering, werd hij door de rechtbank Almelo veroordeeld tot medewerking. Appellant stelde hoger beroep in, maar faalde in de vereiste inschrijving.
Het hof verklaart appellant daarom niet-ontvankelijk in het hoger beroep en veroordeelt hem in de kosten van het hoger beroep. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens niet tijdige inschrijving in het rechtsmiddelenregister.