ECLI:NL:HR:2007:AZ7611
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- C.A. Streefkerk
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet-tijdige inschrijving in rechtsmiddelenregister bij verdeling onroerende zaken
Eisers en verweerder, broers en mede-eigenaren van onroerende zaken, zijn in geschil geraakt over de verdeling van deze onroerende zaken. De rechtbank veroordeelde eisers tot medewerking aan de overdracht van hun aandelen aan verweerder. Tegen dit vonnis stelde eisers hoger beroep in bij het gerechtshof Arnhem.
Het hof verklaarde eisers niet-ontvankelijk in hun hoger beroep voor zover dit gericht was tegen de veroordeling tot medewerking aan de eigendomsoverdracht, omdat zij het hoger beroep niet tijdig hadden ingeschreven in het rechtsmiddelenregister zoals vereist door artikel 3:301 lid 2 BW Pro. De inschrijving was niet binnen de gestelde termijn van acht dagen na het instellen van het rechtsmiddel verricht.
Eisers voerden aan dat de brief met het verzoek tot inschrijving tijdig was ingekomen bij het centrale loket (CIB) en dat het niet tijdig inschrijven aan een fout van de griffier van het hof te wijten was. Het hof oordeelde echter dat het primair de verantwoordelijkheid van de partijen is om poststukken correct te adresseren en dat de griffier van het hof de brief terecht als kennisgeving aanzag en niet als verzoek tot inschrijving.
De Hoge Raad bevestigt dat het voorschrift van artikel 3:301 lid 2 BW Pro strekt tot rechtszekerheid omtrent het instellen van rechtsmiddelen en dat de rechter ambtshalve moet toetsen of aan dit voorschrift is voldaan. De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt de niet-ontvankelijkheid van eisers in hoger beroep wegens het niet tijdig inschrijven van het rechtsmiddel.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid van hoger beroep wegens niet-tijdige inschrijving in het rechtsmiddelenregister.