ECLI:NL:GHARN:2009:BJ7978
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde woning in goede justitie na verwijzing Hoge Raad
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op ƒ 230.000 naar waardepeildatum 1 januari 1999. Na een eerdere ongegrondverklaring door het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch en vernietiging door de Hoge Raad, werd de zaak verwezen naar het Gerechtshof Arnhem voor herbeoordeling.
Het geschil betrof de juiste waarde van de woning, waarbij belanghebbende zich beroept op een taxatierapport van A uit 1999 met een lagere waarde van ƒ 208.500, terwijl de heffingsambtenaar een taxatierapport van F hanteert met een waarde van ƒ 230.000. Het hof constateerde dat het taxatierapport van A niet door de heffingsambtenaar was overgelegd, wat een schending van de verplichtingen was volgens de Algemene wet bestuursrecht.
Het hof beoordeelde de taxatierapporten en concludeerde dat het rapport van A, ondanks de achtergrond van de taxatieopdracht, overeenkomt met het waardebegrip van de Wet WOZ. Geen van beide partijen had de door hen verdedigde waarde voldoende aannemelijk gemaakt. Daarom stelde het hof de waarde in goede justitie vast op ƒ 215.000. Tevens werd het beroep gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd en de gemeente Landgraaf veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het Gerechtshof stelt de WOZ-waarde van de woning vast op ƒ 215.000 en verklaart het beroep gegrond.