ECLI:NL:GHARN:2009:BL7367
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van eigendomsoverdracht en schadevergoeding na cessie van vorderingen en zaken
In deze civiele zaak staat centraal of door middel van een cessieverklaring (Abtretungserklärung) vorderingen en zaken daadwerkelijk zijn overgedragen aan appellant. De Hoge Raad had eerder het arrest van het hof te ’s-Hertogenbosch vernietigd en de zaak terugverwezen voor nadere beoordeling.
Appellant stelt dat ING als pandhouder onrechtmatig heeft gehandeld door verkoop, vernietiging en beschadiging van zaken die eigendom zouden zijn van SGSV, met een schadebedrag van circa €150.000. ING betwist de cessie en eigendom, evenals de omvang van de schade.
Het hof overweegt dat volgens Nederlands recht vorderingen uit zaken niet kunnen worden overgedragen en dat de cessieverklaring niet heeft geleid tot overdracht van eigendom van de zaken zelf. Zonder overdracht van bezit is er geen eigendomsoverdracht. Hierdoor kan appellant geen schadevergoeding vorderen wegens inbreuk op eigendomsrechten.
Het hof geeft partijen de gelegenheid zich uit te laten over deze voorlopige overweging alvorens een definitieve beslissing te nemen en houdt verdere beslissing aan.
Uitkomst: Het hof houdt verdere beslissing aan en geeft partijen gelegenheid zich uit te laten over de voorlopige overweging dat geen eigendomsoverdracht van zaken heeft plaatsgevonden.