ECLI:NL:GHARN:2010:BM0544
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- M.G.J.M. van Kempen
- R. den Ouden
- J.B.H. Röben
- Rechtspraak.nl
Heffingsrente onterecht in rekening gebracht wegens terugnemen ongevraagde voorlopige teruggaaf
Belanghebbende en haar partner deden voor het jaar 2005 aangifte inkomstenbelasting waarbij een voorlopige teruggaaf van €4.664 werd verleend, gebaseerd op een berekening die uitging van een onjuiste veronderstelling over de heffingskorting. De definitieve aanslag legde een belastingbedrag van €4.664 plus €386 aan heffingsrente op.
Belanghebbende stelde dat zij erop mocht vertrouwen dat de aanslag zou worden vastgesteld conform de berekening in het aangifteprogramma en vorderde vernietiging van de heffingsrente. Het Hof oordeelde dat het aangifteprogramma geen fout bevatte maar een berekening onder een bepaalde veronderstelling, waar belanghebbende uitdrukkelijk op was gewezen.
Het Hof stelde vast dat de Inspecteur ongevraagd een voorlopige teruggaaf had verleend die niet in overeenstemming was met de wettelijke bepalingen, waardoor de heffingsrente onterecht werd berekend. Dit handelen van de Inspecteur was niet zorgvuldig. Daarom werd de beschikking heffingsrente vernietigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard voor zover het de heffingsrente betrof en ongegrond voor het overige. Tevens werd het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: De beschikking heffingsrente wordt vernietigd wegens strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel, het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.