ECLI:NL:HR:2001:AD6782
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- L. Monné
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep op vertrouwensbeginsel bij foutieve belastingberekening
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1998 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd, die na bezwaar en beroep bij het Hof werd gehandhaafd. Het geschil betrof de vraag of belanghebbende mocht vertrouwen op een foutieve berekening van de belasting op de aangiftediskette van de Belastingdienst.
Het Hof oordeelde dat het vertrouwensbeginsel niet van toepassing was omdat op de afdruk van de elektronische aangifte nadrukkelijk stond vermeld dat aan de berekening geen rechten konden worden ontleend. Dit voorbehoud gold ook voor de rechtsopvatting die in de berekening besloten lag.
Belanghebbende stelde in cassatie dat sprake was van rechtsongelijkheid omdat bij duizenden belastingplichtigen dezelfde foutieve berekening voorkwam, maar slechts bij een deel daarvan handmatig werd gecorrigeerd. De Hoge Raad verwierp dit beroep omdat deze stelling niet eerder was aangevoerd en feitelijk onderzoek vereist dat in cassatie niet mogelijk is.
De Hoge Raad concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat geen aanleiding bestaat voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt.