ECLI:NL:GHARN:2010:BM7223
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake navorderingsaanslagen en boetes inkomstenbelasting met omkering bewijslast
Belanghebbende, ondernemer in een vennootschap onder firma, kreeg navorderingsaanslagen en vergrijpboetes opgelegd voor de jaren 2000 tot en met 2002 wegens onjuiste belastingaangiften. De Inspecteur stelde correcties vast op grond van een gebrekkige administratie, valse facturen, gefingeerde leningen en niet verantwoordde omzet, mede ondersteund door strafrechtelijke veroordelingen voor opzetheling.
De Rechtbank Arnhem verklaarde de beroepen op de aanslagen ongegrond en matigde de boetes wegens termijnoverschrijding. Belanghebbende ging in hoger beroep tegen de aanslagen, boetes en heffingsrente. Het Hof bevestigde dat de administratie niet betrouwbaar was en dat de bewijsregel van omkering en verzwaring van de bewijslast van toepassing was, waardoor belanghebbende de correcties overtuigend moest weerleggen.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende onvoldoende bewijs leverde tegen de correcties, waaronder de niet verantwoorde verkoopfacturen en gefingeerde leningen. De boetes werden wel verminderd met 10% als passende sanctie. De heffingsrente werd in stand gelaten. Het Hof vernietigde het deel van de uitspraak over de boetes en de uitspraken op bezwaar daaromtrent en veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Navorderingsaanslagen bevestigd, boetes verminderd en proceskosten toegewezen aan belanghebbende.