ECLI:NL:RBARN:2008:BN3872
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.C.G.J. van Well
- A.M.F. Geerling
- E.C.G. Okhuizen
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over bewijslast en correcties bij gebrekkige administratie ondernemer
De rechtbank Arnhem behandelde het beroep van eiser tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2000 tot en met 2002, inclusief boetebeschikkingen en heffingsrente. Verweerder stelde dat de administratie van de vof ernstig gebrekkig was, met onder meer valse facturen, gefingeerde leningen en niet-verantwoorde omzet. Hierdoor werd de bewijslast omgekeerd op grond van artikel 27e AWR.
De rechtbank stelde vast dat verweerder aannemelijk had gemaakt dat de administratie niet voldeed aan de wettelijke eisen en dat de correcties op de winst en omzet redelijk waren geschaald. Eiser slaagde er niet in de onjuistheid van de correcties overtuigend aan te tonen. De rechtbank verwierp het beroep op het vertrouwensbeginsel en oordeelde dat de correcties terecht waren aangebracht.
Ten aanzien van de opgelegde vergrijpboeten stelde de rechtbank vast dat verweerder het (voorwaardelijke) opzet van eiser had bewezen, maar matigde de boetes met 20% wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het beroep tegen de boetebeschikkingen werd gegrond verklaard, terwijl de beroepen tegen de belastingaanslagen en heffingsrente ongegrond werden verklaard.
Het verzoek om schadevergoeding wegens beslaglegging werd afgewezen, omdat de bestuursrechter niet bevoegd is hierover te oordelen. De rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling van proceskosten aan eiser. De uitspraak werd gedaan door drie rechters op 3 september 2008.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de correcties en matigt de boetes wegens termijnoverschrijding, wijst het verzoek om schadevergoeding af en veroordeelt verweerder in proceskosten.