ECLI:NL:HR:2008:BD3163
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- A.R. Leemreis
- J.A.C.A. Overgaauw
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over naheffingsaanslag omzetbelasting en verwijst zaak terug
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting over 1993 opgelegd met een verhoging van 100%, waarvan de Inspecteur kwijtschelding verleende tot 50%. Het bezwaar werd aanvankelijk niet-ontvankelijk verklaard, maar het hof vernietigde deze beslissing, verklaarde belanghebbende ontvankelijk en matigde de aanslag en verhoging verder.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onjuist heeft gehandeld door de Inspecteur niet opnieuw op het bezwaar te laten beslissen, maar zelf de zaak te beoordelen. Tevens oordeelt de Hoge Raad dat het hof ten onrechte de bewijslast heeft omgekeerd en verzwaard op grond van de weigering van belanghebbende een verklaring af te leggen, wat strijdig is met het verbod van zelfincriminatie volgens artikel 6 EVRM Pro.
De Hoge Raad vernietigt daarom het hofarrest voor zover het de verhoging betreft en verwijst de zaak terug naar het hof voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest. Tevens veroordeelt de Hoge Raad de Staat tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. De redelijke termijn is overschreden, hetgeen het verwijzingshof moet betrekken in zijn oordeel over de verhoging.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het hofarrest vernietigd voor zover het de verhoging betreft, en de zaak wordt terugverwezen naar het hof voor verdere behandeling.