ECLI:NL:GHARN:2010:BN3357
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wegens heimelijk filmen in kleedhokje leidt tot feitelijke aanranding van de eerbaarheid
Het gerechtshof Arnhem heeft in hoger beroep het vonnis van de politierechter vernietigd en opnieuw recht gedaan in een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van het heimelijk filmen van een (gedeeltelijk) naakt slachtoffer in een afgesloten kleedhokje.
Het hof acht bewezen dat verdachte op of omstreeks 24 augustus 2008 in Utrecht heimelijk een camera onder het afgesloten kleedhokje van het slachtoffer heeft gebracht en daarmee onder meer naakte lichaamsdelen heeft gefilmd. Dit handelen kwalificeert het hof als het dwingen tot het dulden van ontuchtige handelingen, zoals bedoeld in artikel 246 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
De verdediging voerde onder meer aan dat de verklaring van verdachte niet als bewijs mocht dienen en dat er geen sprake was van dwang of ontuchtige handelingen. Het hof verwierp deze verweren en stelde vast dat het slachtoffer door het afgesloten kleedhokje niet in staat was zich tegen de handelingen te verzetten, waardoor sprake was van dwang.
De strafoplegging bestond uit een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand met een proeftijd van twee jaar en een taakstraf van 40 uur, passend geacht gelet op de ernst van het feit en de persoon van verdachte, die niet eerder was veroordeeld.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand en een taakstraf van 40 uur wegens feitelijke aanranding van de eerbaarheid door heimelijk filmen in een kleedhokje.