ECLI:NL:GHARN:2010:BO2093
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake heffingsrente bij inkomstenbelasting 2005
Belanghebbende diende voor het jaar 2005 een elektronische aangifte inkomstenbelasting in, waarbij een onttrekking van € 108.675 niet was vermeld. De Inspecteur legde een aanslag op met een belastbaar inkomen van € 81.069 en berekende daarbij € 2.809 aan heffingsrente. Belanghebbende stelde dat de heffingsrente onterecht was en dat het bedrag € 1.606 moest zijn. De Rechtbank Arnhem had het beroep van belanghebbende gegrond verklaard en de heffingsrente verminderd.
De Inspecteur stelde hoger beroep in bij het Gerechtshof Arnhem. Tijdens het onderzoek ter zitting en nadere schriftelijke uitwisseling bleek dat de onttrekking niet was opgenomen in de aangifte, vermoedelijk per abuis. Het Hof oordeelde dat de Inspecteur niet onzorgvuldig had gehandeld en dat de heffingsrente terecht was berekend. Het proces van voorlopige aanslag biedt de Inspecteur weinig ruimte om de aangifte uitgebreid te toetsen, en belanghebbende had zelf kunnen verzoeken om een juiste voorlopige aanslag.
Het Gerechtshof vernietigde de uitspraak van de Rechtbank en verklaarde het beroep van belanghebbende tegen de Inspecteur ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door drie rechters en de griffier op 12 oktober 2010.
Uitkomst: De heffingsrente van € 2.809 is terecht in rekening gebracht en het beroep van belanghebbende tegen de Inspecteur is ongegrond verklaard.