ECLI:NL:HR:2011:BP2982
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- A.R. Leemreis
- E.N. Punt
- J.A.C.A. Overgaauw
- P.M.F. van Loon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aansprakelijkheid bestuurder voor kennelijk onbehoorlijk bestuur bij niet-betaling belastingschulden
Belanghebbende was bestuurder en enig aandeelhouder van een BV die personeel uitleende en vanaf maart 2004 haar loonbelasting, premie volksverzekeringen en omzetbelasting niet betaalde. De BV deed op 25 juni 2004 een mededeling van betalingsonmacht, die de ontvanger als te laat beschouwde.
De rechtbank vernietigde deels de aanslag voor omzetbelasting, maar verklaarde het beroep tegen de loonbelasting aanslag ongegrond. Het hof bevestigde dit oordeel en stelde vast dat het niet betalen van belastingschulden het gevolg was van kennelijk onbehoorlijk bestuur door belanghebbende in de drie jaar voorafgaand aan de uiterste datum van de betalingsonmachtmelding.
De Hoge Raad oordeelt dat een betalingsonmachtmelding geldig blijft zolang de betalingsachterstand voortduurt, tenzij de ontvanger schriftelijk anders meldt. Het hof heeft terecht het bestuursgedrag over de drie jaar voorafgaand aan de uiterste meldingsdatum betrokken bij de beoordeling van de aansprakelijkheid. Het oordeel dat sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur is gebaseerd op een juiste rechtsopvatting en kan in cassatie niet worden getoetst.
Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de proceskostenveroordeling wordt achterwege gelaten.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de aansprakelijkheid van de bestuurder wordt bevestigd.