ECLI:NL:GHARN:2011:BQ4999
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging huurovereenkomst supermarkt na belangenafweging verhuurder en huurder
In deze zaak vordert [B.V. A] de beëindiging van een huurovereenkomst met betrekking tot een supermarkt, met ontruiming van het gehuurde. De vordering is gebaseerd op dringend eigen gebruik en subsidiair op een belangenafweging conform artikel 7:296 BW Pro.
Het hof komt terug op een eerdere beslissing naar aanleiding van een arrest van de Hoge Raad, waarin werd geoordeeld dat de wachttijd van drie jaar uit lid 2 van artikel 7:296 BW Pro niet van toepassing is op opzeggingen op grond van lid 3 en 4. Hierdoor is het niet noodzakelijk dat [B.V. A] [B.V. G] drie jaar vóór de huuropzegging schriftelijk heeft geïnformeerd over de rechtsopvolging.
Het hof beoordeelt vervolgens de belangen van partijen en stelt vast dat het ondernemersbelang van [B.V. A] en haar dochtervennootschap [A] Supermarkt B.V. bij beëindiging van de huurovereenkomst zwaarder weegt dan het belang van [B.V. G] bij continuering. Dit mede omdat [B.V. G] geen substantiële investeringen heeft gedaan en het pand eigendom is van [B.V. A].
De vordering tot ontruiming wordt afgewezen omdat het pand niet door [B.V. G] zelf wordt gebruikt, maar door de dochteronderneming. De beslissing tot beëindiging wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard gezien de juridische aard van het geschil, de belangenafweging en de lange duur van de procedure.
Tot slot veroordeelt het hof [B.V. G] tot terugbetaling van bedragen die zij op grond van het vernietigde vonnis aan [B.V. A] heeft betaald, met wettelijke rente en proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt beëindigd per 1 augustus 2011 en de beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.