ECLI:NL:GHARN:2011:BQ6157
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J. van de Merwe
- R.A.V. Boxem
- S.C.W. Douma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking ANBI-status en navorderingsaanslag successierecht na onderzoek stichting
De Stichting X werd opgericht door erflaatster A en was als ANBI aangemerkt. Na het overlijden van A erfde de stichting een aanzienlijk vermogen. De Inspecteur stelde echter vast dat de stichting nauwelijks giften deed en dat het vermogen voornamelijk werd beheerd ten behoeve van persoonlijke belangen van C, die tevens werknemer en bestuurder was.
Na een boekenonderzoek in 2007 concludeerde de Inspecteur dat de feitelijke werkzaamheden van de stichting niet in overeenstemming waren met haar statutaire doel en trok de ANBI-status met terugwerkende kracht in. De stichting maakte bezwaar tegen de navorderingsaanslag successierecht, maar dit werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna de stichting in hoger beroep ging.
Het hof oordeelde dat de stichting niet als ANBI kon worden aangemerkt omdat haar activiteiten niet gericht waren op het algemeen nut, maar vooral op persoonlijke behoeftebevrediging van C. Ook het vermogensbeheer via C en aan hem gelieerde entiteiten was niet in overeenstemming met de normale praktijk. De Inspecteur beschikte over een nieuw feit dat navordering rechtvaardigde. Het hof bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verwierp het beroep van de stichting.
Uitkomst: Het hof bevestigt de intrekking van de ANBI-status met terugwerkende kracht en de navorderingsaanslag successierecht.