ECLI:NL:GHARN:2011:BQ6193
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- W.H.B. den Hartog Jager
- Kleijngeld
- Visser
- Rechtspraak.nl
Beoordeling of freelance-overeenkomst kwalificeert als huurovereenkomst bedrijfsruimte
In deze zaak staat centraal of de overeenkomst tussen [appellante] en [geïntimeerde] moet worden gekwalificeerd als een huurovereenkomst bedrijfsruimte of als een freelance-overeenkomst. De kantonrechter had geoordeeld dat sprake was van een huurovereenkomst, maar het hof volgt dit niet en overweegt dat partijen een freelance-overeenkomst voor ogen hadden.
De feiten tonen dat [geïntimeerde] aanvankelijk in dienst was bij [appellante], later als freelancer de catering verzorgde, waarbij [appellante] de locatie Nieuwe Refter verhuurde aan klanten en [geïntimeerde] een opslag in de cateringprijs aan [appellante] betaalde. Er is geen duidelijke afspraak over huurbetaling door [geïntimeerde] zelf.
Het hof past de Haviltex-maatstaf toe en concludeert dat uit de correspondentie en conceptovereenkomsten geen huurovereenkomst blijkt. Het hof staat toe dat [geïntimeerde] bewijs levert om aan te tonen dat op 30 juli 2001 een huurovereenkomst is gesloten. De zaak wordt aangehouden voor nader bewijs en getuigenverhoor.
Het hof benadrukt dat de kwalificatie van de overeenkomst afhangt van wat partijen bij het sluiten van de overeenkomst voor ogen hadden en dat de enkele terbeschikkingstelling van een ruimte niet automatisch leidt tot huur. De uitspraak laat de mogelijkheid open dat tijdens de looptijd nieuwe afspraken kunnen leiden tot een huurovereenkomst, maar daarvan is nog geen sprake.
Uitkomst: Het hof staat bewijslevering toe om te bepalen of tussen partijen een huurovereenkomst is gesloten en houdt verdere beslissing aan.