ECLI:NL:GHARN:2011:BQ9250
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- M.G.J.M. van Kempen
- A.J. Kromhout
- M.C.M. de Kroon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afwaardering lening aandeelhouder aan deelneming in vennootschapsbelasting
Belanghebbende had een lening verstrekt aan haar deelneming C B.V. ter financiering van een recreatieproject. De lening bedroeg € 450.000 met een overeengekomen rente van 6%, zonder zekerheden. Na intrekking van de vergunning voor het project en stillegging ontstonden financiële problemen bij C B.V., waardoor belanghebbende een afwaardering van de lening wenste te boeken.
De Inspecteur stelde dat sprake was van een onzakelijk debiteurenrisico, waardoor de afwaardering niet ten laste van het fiscale resultaat kon worden gebracht. Het Hof oordeelde dat belanghebbende inderdaad een debiteurenrisico had aanvaard dat een onafhankelijke derde niet zou hebben genomen, en dat dit risico hoofdzakelijk verband hield met haar aandeelhouderspositie.
Echter, het Hof nam het standpunt van belanghebbende aan dat de lening onderdeel was van een bredere transactie waarbij zij een 40%-aandelenbelang verwierf, wat een zakelijke compensatie vormde. Het Hof stelde vast dat waardemutaties van de lening het fiscale resultaat raken, en dat de waarde van de lening ultimo 2005 op € 161.632 werd gesteld, hetgeen door de Inspecteur werd erkend. Het beroep werd gegrond verklaard voor 2005, de aanslag vernietigd en het verlies vastgesteld op nihil, terwijl het beroep voor 2004 werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond voor 2005 en ongegrond voor 2004; de aanslag 2005 wordt vernietigd en het verlies vastgesteld op nihil.