ECLI:NL:HR:2012:BW1971
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Cassatie over aftrekbaarheid afwaardering onzakelijke lening en bijzondere omstandigheden
De zaak betreft de aftrekbaarheid van afwaarderingen op een lening verstrekt door een aandeelhouder aan een deelneming die een recreatiepark exploiteert. De belanghebbende had een lening verstrekt die achtergesteld was bij een banklening en waarvoor geen zekerheden waren bedongen. De lening werd afgewaardeerd wegens oninbaarheid, maar de Belastingdienst betwistte de aftrekbaarheid vanwege onzakelijkheid van de lening.
De rechtbank Arnhem oordeelde dat de belanghebbende als aandeelhouder een debiteurenrisico had aanvaard dat een derde niet zou accepteren en dat bijzondere omstandigheden niet waren aangetoond. Het hof Arnhem vond de lening ook onzakelijk, maar erkende bijzondere omstandigheden die aftrekbaarheid rechtvaardigden, zoals de achterstelling en het belang bij het verkrijgen van een minderheidsdeelneming.
De Advocaat-Generaal stelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom bijzondere omstandigheden aanwezig waren en wees op het belang van recente jurisprudentie (HR BNB 2012/37) die vereist dat eerst wordt onderzocht of de lening verzakelijkt kan worden door rentecorrectie. Het hof had deze stap overgeslagen. De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug voor hernieuwde beoordeling, waarbij ook de toepassing van art. 13ca Wet Vpb aan de orde kan komen.
Uitkomst: Het arrest van het hof Arnhem wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.