ECLI:NL:GHARN:2011:BR2419

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
19 juli 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.085.920/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 120 lid 2 RvArt. 125 lid 2 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens niet-inschrijving exploot en overschrijding appeltermijn

In deze zaak heeft BMA Vastgoed B.V. en medeappellanten hoger beroep ingesteld tegen een kort geding vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad. Het eerste exploot van hoger beroep was tijdig uitgebracht maar uiteindelijk niet ingeschreven op de rol. Het tweede exploot werd na het verstrijken van de appeltermijn uitgebracht en kon niet als herstelexploot worden beschouwd.

Het hof oordeelde dat het tweede exploot niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 120 lid 2 en Pro artikel 125 lid 2 Rv Pro, waardoor het niet kon worden aangemerkt als herstel van het eerste exploot. Hierdoor waren BMA c.s. niet-ontvankelijk in hun hoger beroep.

De rechtbank veroordeelde BMA c.s. tevens in de kosten van de procedure in hoger beroep. Het arrest werd uitgesproken op 19 juli 2011 door het Gerechtshof Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden.

Uitkomst: BMA c.s. zijn niet-ontvankelijk verklaard in hun hoger beroep wegens niet-inschrijving van het eerste exploot en overschrijding van de appeltermijn.

Uitspraak

Arrest d.d. 19 juli 2011
Zaaknummer 200.085.920/01
HET GERECHTSHOF TE ARNHEM
Nevenzittingsplaats Leeuwarden
Arrest van de eerste kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:
1. BMA Vastgoed B.V.,
gevestigd te Bergentheim,
2. [appellant 2],
wonende te [woonplaats],
3. [appellant 3],
wonende te [woonplaats],
4. [appellant 4],
wonende te [woonplaats],
appellanten,
in eerste aanleg: eisers,
hierna gezamenlijk te noemen: BMA c.s.,
advocaat: mr. F.A.M. Knüppe, kantoorhoudende te Arnhem,
voor wie heeft gepleit: mr. W.O. Groustra, kantoorhoudende te Amsterdam,
tegen
1. De Toverberg B.V.,
gevestigd te Wezep,
2. Woongemeenschap van Ouderen "Perumahan" Holding B.V.,
gevestigd te Houten,
geïntimeerden,
in eerste aanleg: gedaagden,
hierna gezamenlijk te noemen: De Toverberg c.s.,
advocaat: mr. H.P. Plas, kantoorhoudende te Zwolle,
die heeft gepleit.
Het geding in eerste instantie
In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het kort geding vonnis uitgesproken op 7 maart 2011 door de voorzieningenrechter van de rechtbank Zwolle-Lelystad.
Het geding in hoger beroep
Bij exploot van 4 april 2011 is door BMA c.s. hoger beroep ingesteld van genoemd vonnis met dagvaarding van De Toverberg c.s. tegen de zitting van 19 april 2011. Dit exploot is op 8 april 2011 ter griffie ingediend. Aan de zaak is daarbij een (eigen) zaaknummer - 200.085.323- toegekend.
Op 14 april 2011 hebben BMA c.s. een formulier "H4 verzoek intrekken voor eerstdienende dag" ter griffie ingediend, waarin is verzocht om intrekking van de zaak.
Vervolgens hebben BMA c.s. bij "herstelexploot" van 15 april 2011 De Toverberg c.s. opnieuw opgeroepen tegen de zitting van 26 april 2011, onder uitdrukkelijke handhaving van het exploot van 4 april 2011, en het hof verzocht het hoger beroep als spoedappel te behandelen. Dit exploot is tezamen met het eerste exploot ter griffie ingediend op 21 april 2011.
De grieven staan in de appeldagvaarding. Er is van eis gediend.
Bij memorie van antwoord is door De Toverberg c.s. verweer gevoerd.
Vervolgens hebben partijen hun zaak doen bepleiten.
Ten slotte hebben partijen arrest gevraagd en heeft het hof een dag bepaald waarop arrest zal worden gewezen.
Partijen hebben ermee ingestemd dat het hof recht doet op het voordien door BMA c.s. ingezonden pleitdossier.
Overwegingen
1. De Toverberg c.s. hebben in hun memorie van antwoord bepleit dat BMA c.s. niet-ontvankelijk zijn in hun hoger beroep en/of de aanhangigheid van het geding is vervallen.
2. Het hof overweegt dat het door BMA c.s. bij genoemd exploot van 4 april 2011 ingestelde hoger beroep tijdig is gedaan. De zaak is evenwel op 14 april 2011 ingetrokken. Dit exploot is niet (wederom) aangebracht op de daarin aangezegde roldatum van 19 april 2011.
3. Het exploot van 15 april 2011 is gedaan na het verstrijken van de appeltermijn op 4 april 2011. Dit tweede exploot kan niet worden beschouwd als een herstelexploot, omdat het niet strekt tot herstel van gebreken in het eerste exploot die nietigheid met zich brengen als bedoeld in artikel 120 lid 2 Rv Pro. Evenmin is het een herstelexploot als omschreven in artikel 125 lid 2 Rv Pro, aangezien het is uitgebracht voor de in het eerste exploot aangezegde roldatum van 19 april 2011, zodat het niet strekt tot herstel van het niet inschrijven van het eerste exploot ter rolle.
4. Nu het eerste tijdig uitgebrachte exploot uiteindelijk niet is ingeschreven op de rol en het tweede exploot is uitgebracht buiten de appeltermijn zijn BMA c.s. niet-ontvankelijk in hun hoger beroep (vergelijk Hoge Raad 26 februari 2011, LJN: BL2246).
5. BMA c.s. zullen worden veroordeeld in de kosten van de procedure in hoger beroep (salaris advocaat 3 punten, tarief II).
De beslissing
Het gerechtshof:
verklaart BMA c.s. niet-ontvankelijk in hun hoger beroep;
veroordeelt BMA c.s. in de kosten van de procedure in hoger beroep, tot heden aan de zijde van De Toverberg c.s. begroot op € 649,00 aan verschotten en € 2.682,00 aan salaris voor de procureur.
Aldus gewezen door mrs. K.E. Mollema, voorzitter, H. de Hek en I.C.J.I.M. van Dorp, en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 19 juli 2011 in bijzijn van de griffier.