ECLI:NL:GHARN:2011:BU8358
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over kwalificatie percelen als natuurterrein voor waterschapsheffing
Belanghebbende exploiteert een veehouderij en heeft met het Ministerie van Landbouw een overeenkomst gesloten voor het beheer van percelen met een natuurdoelpakket gericht op half natuurlijk grasland. De percelen zijn aangemerkt als agrarisch gebied met landschaps- en natuurwaarden. De belastingambtenaar legde een aanslag watersysteemheffing op tegen het tarief voor ongebouwde onroerende zaken, terwijl de rechtbank het beroep van belanghebbende gegrond verklaarde en de percelen als natuurterrein aanmerkte met een lager tarief.
In hoger beroep stelt de belastingambtenaar dat de percelen mede worden gebruikt voor veehouderij en dat de inrichting en het beheer niet geheel of nagenoeg geheel zijn afgestemd op natuurbehoud. Het hof oordeelt dat belanghebbende de percelen mede gebruikt voor veehouderij met een opbrengst van minstens 29% van de agrarische productiviteit, en dat belanghebbende onvoldoende heeft gesteld om het tegendeel aannemelijk te maken.
Het hof stelt dat de percelen daarom niet als natuurterrein in de zin van de verordening kunnen worden aangemerkt, vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de belastingambtenaar ongegrond. De kosten worden niet aan een van de partijen opgelegd.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de belastingambtenaar gegrond, waardoor de percelen niet als natuurterrein worden aangemerkt.