ECLI:NL:GHARN:2011:BV0332
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gevolgen van niet-naleving Leegstandwet bij onderhuur voor positie hoofdhuurder en onderhuurder
In deze civiele zaak stond centraal of een onderhuurder zich tegenover de hoofdverhuurder kon beroepen op huurbescherming wanneer in de onderhuurovereenkomst niet was voldaan aan de vereisten van de Leegstandwet. Portaal verhuurde een woning tijdelijk aan SLAK op grond van een Leegstandwetvergunning, die vervolgens de woning onderverhuurde aan appellant. De onderhuurovereenkomst vermeldde niet de tijdelijke vergunning en de geldigheidsduur daarvan.
Appellant stelde dat hierdoor de huurbeschermingsbepalingen van artikel 7:269 BW Pro van toepassing waren, waardoor hij bescherming genoot. Het hof oordeelde echter dat de wetgever bewust heeft gekozen voor een regeling waarbij de huurbescherming bij tijdelijke verhuur onder de Leegstandwet niet van toepassing is op de onderhuur, ook als niet aan alle formele vereisten is voldaan.
Verder stelde appellant dat de hoofdhuur niet was geëindigd of verlengd was, maar het hof stelde vast dat de hoofdhuur door opzegging van Portaal was beëindigd vóór het einde van de vergunning. Ook het beroep op redelijkheid en billijkheid faalde. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter, veroordeelde appellant tot ontruiming en kostenbetaling en wees alle overige vorderingen af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt appellant tot ontruiming en kostenbetaling, wijst de grieven van appellant af.