ECLI:NL:GHARN:2012:BV9732
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag overdrachtsbelasting bij kavelruil zonder verbetering landinrichting
Belanghebbende en zijn echtgenote verplaatsten hun landbouwbedrijf waarbij zij deelnamen aan een ruilverkaveling met meerdere partijen, waaronder de gemeente en de Dienst Domeinen. De transactie werd slechts gedeeltelijk goedgekeurd door de directeur van de Dienst Landelijk Gebied, die oordeelde dat bepaalde transacties niet bijdragen aan verbetering van de inrichting van het landelijk gebied en daarom niet onder de vrijstelling van overdrachtsbelasting vallen.
De Inspecteur legde een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op, die na bezwaar deels werd verminderd. De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond. Belanghebbende stelde in hoger beroep dat de uitlatingen van minister Veerman bij de totstandkoming van de opvolger van de Landinrichtingswet (de Wilg) relevant zijn voor de uitleg van het begrip kavelruil, en dat de vrijstelling daarom van toepassing zou moeten zijn.
Het hof oordeelt dat de uitleg van de Landinrichtingswet (Liw) leidend is en dat de uitlatingen van minister Veerman bij de Wilg niet relevant zijn voor de Liw. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de transactie niet voldoet aan de vereisten voor een ruilverkaveling bij overeenkomst die vrijstelling van overdrachtsbelasting rechtvaardigt. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting wordt bevestigd.