ECLI:NL:GHARN:2012:BW2539
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt voorrang pandhouder op geïnde bedragen na faillissement
Deze civiele zaak betreft een geschil over pandrechten op vorderingen en geïnde bedragen na het faillissement van de vennootschap [X]. Graaco B.V. had via cessie vorderingen van Van Lanschot Bankiers N.V. overgenomen, waaronder pandrechten op vorderingen van [X]. De curator van [X] betwistte de aanspraken van Graaco op geïnde bedragen.
De rechtbank had geoordeeld dat Graaco slechts voorrang had op een beperkt bedrag van €5.276,01 en dat andere geïnde bedragen tot de boedel behoorden. Het hof vernietigt dit oordeel en oordeelt dat de pandrechten op de vorderingen rechtsgeldig zijn gevestigd en ook de vorderingen op de pandlijsten van 27 februari en 4 maart 2008 omvatten.
Het hof stelt vast dat betalingen die na het faillissement zijn geïnd, onder het voorrangsrecht van Graaco vallen, maar dat zij moet wachten tot de uitdelingslijst verbindend is geworden en moet bijdragen aan de algemene faillissementskosten. Betalingen vóór faillissement zijn niet onder pandrecht gevallen omdat geen mededeling was gedaan, waardoor het pandrecht op die vorderingen is vervallen.
De grieven van Graaco slagen deels, waardoor het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en het hof opnieuw beslist dat Graaco voorrang heeft op €35.871,60 plus rente. De proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd.
Uitkomst: Het gerechtshof verklaart dat Graaco voorrang heeft op €35.871,60 geïnd na faillissement, met rente, onder verplichting tot bijdrage in faillissementskosten.