ECLI:NL:HR:2009:BJ0861
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- C.A. Streefkerk
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Verplichtingen curator bij stil pandrecht op vorderingen in faillissement
In deze zaak stond centraal de vraag welke verplichtingen een curator heeft ten aanzien van een stille pandhouder bij stil pandrecht op vorderingen in faillissement. De bank had een stil pandrecht op de vorderingen van Autocar Rotterdam B.V. en A.B. Transocar B.V., die failliet waren verklaard met mr. Hamm als curator.
De bank vorderde inzage in de administraties van de gefailleerde vennootschappen om mededeling van verpanding aan debiteuren mogelijk te maken. De curator verzette zich hiertegen. Zowel rechtbank als hof oordeelden dat de curator verplicht is deze inzage te verlenen, gebaseerd op art. 3:15j BW en de aard van het stil pandrecht.
De Hoge Raad bevestigde dat de curator verplicht is de stille pandhouder de benodigde informatie te verstrekken of inzage te geven, zodat deze mededeling kan doen aan debiteuren en inning kan overnemen. De curator moet zich onthouden van actieve inning gedurende een redelijke termijn van veertien dagen na faillietverklaring, tenzij de stille pandhouder eerder aangeeft zijn rechten te willen uitoefenen.
Indien de curator toch betalingen op de verpande vorderingen ontvangt, ontstaat voor de stille pandhouder een boedelvordering met voorrang. De curator is niet verplicht deze betalingen direct af te dragen zonder afwikkeling van de boedel. De Hoge Raad verwierp de cassatieberoepen van beide partijen en bevestigde de eerdere uitspraken.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de curator verplicht is de stille pandhouder inzage te verlenen en zich te onthouden van actieve inning gedurende een redelijke termijn, met behoud van boedelvordering bij onrechtmatig handelen.