ECLI:NL:GHARN:2012:BW9468
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J. van de Merwe
- R.A.V. Boxem
- J. Lamens
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen vaststelling WOZ-waarde woning en aanslag OZB
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de door de gemeente Hellendoorn vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning en de daarop gebaseerde aanslag onroerendezaakbelasting voor 2010. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij een waarde van €298.000 aannemelijk achtte, maar het dictum de waarde op €320.000 stelde. Belanghebbende ging in hoger beroep bij het Gerechtshof Arnhem.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat de rechtbank de bewijslast onjuist had verdeeld en dat de vastgestelde waarde te hoog was. Het hof oordeelde dat de rechtbank een kennelijke vergissing had gemaakt met het bedrag van €298.000, maar dat dit geen gevolgen had voor het procesbelang van belanghebbende. Het hof stelde vast dat de door de heffingsambtenaar gebruikte vergelijkingsobjecten onvoldoende vergelijkbaar waren en dat de waardeopbouw niet aannemelijk was gemaakt.
Het hof achtte het taxatierapport van belanghebbende, waarin de waarde op €263.000 werd gesteld, beter onderbouwd en aannemelijk. Het hof vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond, en verminderde de WOZ-waarde en aanslag dienovereenkomstig. Tevens veroordeelde het hof de heffingsambtenaar in de proceskosten en de kosten van het taxatierapport.
Uitkomst: De WOZ-waarde wordt verminderd tot €263.000 en de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig aangepast.