ECLI:NL:GHARN:2012:BX4766
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- M.J. Peters
- C.M. Ettema
- A.J.H. van Suilen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over ondernemerschap en VAR WUO bij interim-management werkzaamheden
Belanghebbende verrichtte sinds 2003 interim-management werkzaamheden in de gezondheidszorg en gaf over 2007 de inkomsten hieruit aan als winst uit onderneming. De Inspecteur corrigeerde de zelfstandigenaftrek en MKB-vrijstelling bij de aanslag inkomstenbelasting 2007, wat leidde tot bezwaar en beroep. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde bij het gerechtshof Arnhem.
Het hof beoordeelde eerst de ontvankelijkheid en concludeerde dat het beroep tijdig was ingediend. Vervolgens stond centraal of de interimwerkzaamheden een onderneming vormden. Belanghebbende stelde dat hij ondernemersrisico liep, investeringen deed en meerdere opdrachtgevers had. De Inspecteur betwistte dit en stelde dat het aantal opdrachtgevers gering was, er geen reëel ondernemingsrisico was en er geen kwalificerende investeringen waren gedaan.
Het hof oordeelde dat geen sprake was van ondernemingsrisico vanwege het geringe aantal opdrachtgevers en dat verzekeringen zoals beroepsaansprakelijkheid en arbeidsongeschiktheid niet aantonen dat sprake is van ondernemerschap. Desondanks stelde het hof vast dat belanghebbende op grond van de afgegeven VAR WUO gerechtvaardigd mocht vertrouwen dat zijn werkzaamheden als onderneming werden aangemerkt. Tevens werd vastgesteld dat belanghebbende het urencriterium had gehaald, waardoor hij recht heeft op zelfstandigenaftrek en MKB-vrijstelling.
Het hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de Inspecteur, en vermindert de aanslag tot een belastbaar inkomen van € 45.215. Ook werd de heffingsrente dienovereenkomstig verminderd en werd de Staat gelast het betaalde griffierecht te vergoeden. De uitspraak bevestigt het belang van het vertrouwensbeginsel bij VAR-verklaringen en de toepassing van het urencriterium bij het bepalen van ondernemerschap.
Uitkomst: Het hof vermindert de aanslag tot een belastbaar inkomen van € 45.215 en bevestigt het vertrouwensbeginsel bij de VAR WUO.