ECLI:NL:GHARN:2012:BY0460
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar inkomstenbelasting na faillissement
Belanghebbende, firmant van een vennootschap onder firma die failliet werd verklaard, kreeg voor de jaren 2006 en 2007 aanslagen inkomstenbelasting opgelegd. Deze aanslagen werden tijdens het faillissement aan de curator verzonden, waardoor belanghebbende niet tijdig van de aanslagen op de hoogte werd gesteld.
Belanghebbende diende zijn bezwaren tegen de aanslagen pas in na afloop van de wettelijke bezwaartermijn. De Inspecteur verklaarde de bezwaren niet-ontvankelijk, wat door de Rechtbank werd bevestigd. Belanghebbende stelde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was omdat hij niet op de hoogte was gesteld door de curator en dat de hoorplicht was geschonden.
Het Hof oordeelde dat de bekendmaking van de aanslagen rechtsgeldig aan de curator was gedaan, maar dat belanghebbende redelijkerwijs niet kon worden verweten dat hij de bezwaren te laat indiende vanwege het gebrek aan kennis. De termijnoverschrijding was verschoonbaar en de niet-ontvankelijkverklaring onterecht. De zaak werd terugverwezen naar de Inspecteur voor inhoudelijke behandeling van de bezwaren.
De klacht over schending van de hoorplicht behoefde geen behandeling meer. Het Hof veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende en gelastte vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het hof vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring van de bezwaren en wijst de zaak terug naar de Inspecteur voor inhoudelijke behandeling.