ECLI:NL:GHARN:2012:BY3256
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag onroerendezaakbelasting voor zorgcentrum door woningfunctie delen
Belanghebbende, eigenaar van een psychogeriatrisch zorgcentrum, betwistte de aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) voor 2010 die was gebaseerd op een waarde van €9.022.000. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde bij het Gerechtshof Arnhem.
Het geschil betrof de vraag of delen van het zorgcentrum als woning of dienstbaar aan woondoeleinden moesten worden aangemerkt, waardoor deze delen buiten de heffingsmaatstaf voor de OZB zouden vallen. Het hof oordeelde dat de slaapkamers, sanitaire ruimten, gezamenlijke woonkamer en keuken functioneren als woonruimten, mede gelet op het duurzame verblijf van bewoners, hun inschrijving op het adres van het zorgcentrum en het feit dat zij hun kamers persoonlijk kunnen inrichten.
De verzorgingsfunctie werd als complementair aan de woonfunctie gezien, waardoor de woonfunctie overheerst. Het hof verwierp het standpunt van de ambtenaar dat er geen sprake was van wonen in eigenlijke zin. Ook de tuinen en overige delen van het perceel kunnen volgens het hof in hoofdzaak tot woning dienen of daaraan dienstbaar zijn. Daarom werd de aanslag verminderd tot een waarde van €6.432.275.
Het hof veroordeelde de ambtenaar tot vergoeding van de proceskosten en gelastte de gemeente Leusden het betaalde griffierecht te vergoeden. De uitspraak werd openbaar gedaan op 30 oktober 2012.
Uitkomst: De aanslag onroerendezaakbelasting wordt verminderd tot een waarde van €6.432.275 wegens woningfunctie van delen van het zorgcentrum.