ECLI:NL:GHARN:2012:BY3263
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over proceskostenvergoeding en immateriële schade bij overschrijding redelijke termijn in belastingzaak
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 2005, waarbij discussie bestond over de aftrekbaarheid van hypotheekrente en de hoogte van de eigenwoningschuld. De Inspecteur had aanvullende informatie opgevraagd, maar belanghebbende verstrekte slechts beperkte gegevens. De Rechtbank Arnhem verklaarde het beroep ongegrond en kende geen integrale proceskostenvergoeding toe.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat de integrale proceskostenvergoeding moest worden toegekend en dat er sprake was van overschrijding van de redelijke termijn, wat recht gaf op immateriële schadevergoeding. Het Hof oordeelde dat de Inspecteur terecht een forfaitaire proceskostenvergoeding had toegekend omdat geen bijzondere omstandigheden waren die een integrale vergoeding rechtvaardigden.
Het Hof stelde vast dat de bezwaarfase en rechtbankfase samen meer dan twee jaar duurden, wat de redelijke termijn overschreed. De overschrijding werd aan de Inspecteur toegerekend, aangezien de proceshouding van belanghebbende niet zodanig was dat verlenging van de termijn gerechtvaardigd was. Daarom kende het Hof een immateriële schadevergoeding van €1.000 toe.
Daarnaast veroordeelde het Hof de Inspecteur tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende voor beroep en hoger beroep, vastgesteld op €874. De uitspraak van de Rechtbank werd vernietigd voor zover geen immateriële schadevergoeding was toegekend. Het hoger beroep werd gegrond verklaard.
Uitkomst: Het Hof veroordeelt de Inspecteur tot een immateriële schadevergoeding van €1.000 en proceskostenvergoeding van €874 wegens overschrijding van de redelijke termijn.