ECLI:NL:GHARN:2012:BY6997
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.H. Lieber
- H. van Loo
- R. Prakke-Nieuwenhuizen
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid bewindvoerder voor procesvoering tijdens meerderjarigenbewind
Partijen, die een affectieve relatie hadden en samenwoonden, zijn in geschil over de uitvoering en verdeling van hun samenlevingsovereenkomsten. De vrouw vorderde nakoming van de tweede samenlevingsovereenkomst, terwijl de man de vernietiging van deze overeenkomst en nakoming van de eerste overeenkomst vorderde.
Tijdens de procedure was er een meerderjarigenbewind ingesteld over de man, waarbij een bewindvoerder was benoemd die volgens de wet exclusief bevoegd is om namens de onder bewind staande op te treden. Het hof oordeelt dat de man tijdens het bewind niet bevoegd was om zelf in rechte op te treden, ook al stelde hij dat de bewindvoerder zijn bevoegdheid had overgedragen.
Daarom vernietigt het hof de eerdere vonnissen van de rechtbank Almelo en verklaart het de vrouw niet-ontvankelijk in haar eis in conventie en de man niet-ontvankelijk in zijn eis in reconventie. De kosten van beide instanties worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De man en vrouw worden niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen vanwege het ontbreken van bevoegdheid van de man tijdens het bewind.