ECLI:NL:GHARN:2012:BY8174
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag overdrachtsbelasting bij vervanging zakelijk recht vruchtgebruik
Belanghebbende verkreeg in 2004 een zakelijk recht van vruchtgebruik op een bovenwoning. In 2009 werd bij notariële akte het vruchtgebruik op de bovenwoning afgestaan en een nieuw vruchtgebruik gevestigd op een benedenwoning, waarbij belanghebbende afstand deed van het eerdere recht. De Inspecteur legde naheffingsaanslagen overdrachtsbelasting op voor zowel de afstand als de verkrijging van het nieuwe vruchtgebruik.
Belanghebbende voerde aan dat het nieuwe vruchtgebruik een voortzetting was van het eerdere recht, waarbij alleen het object was vervangen, en dat dit geen belastbare verkrijging vormde volgens artikel 2 WBR Pro. Het hof oordeelde dat de verkrijging van het nieuwe vruchtgebruik wel degelijk een belastbare verkrijging is, ook als dit wordt gezien als een zaakvervanging, en bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank.
Het hoger beroep werd ook ongegrond verklaard voor de heffingsrente omdat belanghebbende geen zelfstandige gronden daarvoor aanvoerde. Het hof veroordeelde geen partij tot kostenveroordeling en wees op de mogelijkheid tot cassatie binnen zes weken na verzending van het vonnis.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting en verklaart het hoger beroep ongegrond.