ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ6911
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Lückers
- Husson
- Kamminga
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens niet tijdige betaling griffierecht
De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank waarin de verdeling van de huwelijksgemeenschap was vastgesteld. Voor de ontvankelijkheid van het hoger beroep is vereist dat het griffierecht binnen vier weken na indiening van het beroepschrift wordt betaald. De vrouw diende het beroepschrift op 29 augustus 2012 in, maar betaalde het griffierecht pas op 22 oktober 2012, buiten de wettelijke termijn.
De vrouw voerde aan dat zij de nota voor het griffierecht nooit had ontvangen en dat organisatorische veranderingen bij de inning van het griffierecht tot onduidelijkheid hadden geleid. Zij stelde dat de late betaling verschoonbaar was en deed een beroep op de hardheidsclausule omdat niet-ontvankelijkheid zou leiden tot onredelijke benadeling.
Het hof oordeelde dat het niet ontvangen van een nota geen vrijstelling geeft van tijdige betaling, omdat de wet bepaalt dat het griffierecht uiterlijk vier weken na indiening verschuldigd is. De vrouw had zelf actie moeten ondernemen om tijdige betaling te waarborgen. De aanmaning wekte geen redelijke verwachting dat betaling nog tijdig kon plaatsvinden. De hardheidsclausule werd niet toegepast omdat het belang van partijen gelijk was en de omvang van het geschil beperkt.
Daarom verklaarde het hof de vrouw niet-ontvankelijk in haar hoger beroep en kon haar inhoudelijke klacht over de verdeling van de huwelijksgemeenschap niet worden behandeld.
Uitkomst: De vrouw is niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.