ECLI:NL:HR:2012:BX7466
Hoge Raad
- Cassatie
- C.A. Streefkerk
- C.E. Drion
- M.V. Polak
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens te late betaling griffierecht
In deze zaak heeft verzoeker beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank. Volgens art. 3 lid 4 Wet Pro griffierechten burgerlijke zaken moest het griffierecht binnen vier weken na indiening van het verzoekschrift zijn voldaan. Verzoeker betaalde het griffierecht pas na deze termijn, namelijk op 4 juni 2012, terwijl de termijn op 23 mei 2012 verstreek.
De advocaat van verzoeker erkende de late betaling en gaf aan dat een eerdere nota kennelijk niet was ontvangen. Verzoeker verzocht om toepassing van de hardheidsclausule uit art. 282a lid 4 Rv. De Hoge Raad oordeelde echter dat de deskundigheid van de advocaat vereist dat hij tijdig actie onderneemt en niet kan afwachten op een nota. Er waren geen feiten of omstandigheden die de late betaling verschoonbaar maakten of een beroep op de hardheidsclausule rechtvaardigden.
Op grond van art. 282a lid 2 in verbinding met art. 427b Rv werd verzoeker daarom niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep. De Hoge Raad bevestigde hiermee het belang van tijdige betaling van griffierechten en de verantwoordelijkheid van advocaten in cassatieprocedures.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in cassatie wegens te late betaling van het griffierecht zonder verschoonbare omstandigheden.