ECLI:NL:GHDHA:2013:CA2179
Gerechtshof Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- U.E. Tromp
- J.T. Sanders
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslagen en boetes wegens niet opgegeven buitenlandse bankrekeningen
Belanghebbende was houder van rekeningen bij de KBL en werd door de Inspecteur beboet wegens het niet aangeven van vermogensbestanddelen op deze rekeningen in de jaren 1991 tot en met 2000. Na eerdere procedures en een verwijzing door de Hoge Raad, heeft het Gerechtshof Den Haag het bewijs van de Inspecteur beoordeeld en geconcludeerd dat belanghebbende bewust tegoeden buiten het zicht van de fiscus heeft gehouden.
Het Hof baseerde zich op microfiches, ervaringscijfers en het ontbreken van tegenbewijs van belanghebbende. Het werd aannemelijk geacht dat belanghebbende bewust een bankrekening in een land met bankgeheim heeft geopend om belastingheffing te ontwijken. De boetes werden vastgesteld op 64% van de nagevorderde belastingbedragen, passend geacht gelet op de aard van het vergrijp en het proportionaliteitsbeginsel.
Belanghebbende had geen feiten of omstandigheden aangevoerd die een ander oordeel rechtvaardigden. Verzoeken om proceskostenvergoeding of schadevergoeding wegens termijnoverschrijding werden afgewezen. De uitspraak werd op 11 januari 2013 in het openbaar uitgesproken en kan nog in cassatie worden aangevochten.
Uitkomst: De boetes worden vastgesteld op 64% van de nagevorderde belastingbedragen en de navorderingsaanslagen verminderd, met afwijzing van proceskostenveroordeling.