ECLI:NL:HR:2011:BU5681
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over navorderingsaanslagen en boeten in vermogensbelasting en verwijst zaak terug
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen opgelegd over de jaren 1991 tot en met 2000, inclusief verhogingen, boeten en heffingsrente. Na bezwaar handhaafde de inspecteur deze aanslagen en sancties. Het hof verklaarde de beroepen gegrond, vernietigde de inspecteursbesluiten, verminderde de aanslagen en boeten en schold deels de verhogingen kwijt.
Belanghebbende en de Staatssecretaris van Financiën stelden cassatieberoep in tegen het hofarrest. De Staatssecretaris trok zijn beroep in, waarna belanghebbende de Hoge Raad verzocht de Staatssecretaris te veroordelen in de proceskosten.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte de boeten had beoordeeld zonder rekening te houden met eerdere arresten van 15 april 2011. Daarom vernietigde de Hoge Raad het hofarrest voor zover het betrekking had op de verhogingen over 1991-1998 en boeten over 1999-2000 en verwees de zaak terug naar het hof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling met inachtneming van het arrest van 15 april 2011.
De Hoge Raad veroordeelde de Staat tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de Staatssecretaris in de proceskosten aan de zijde van belanghebbende. Het arrest werd uitgesproken op 25 november 2011 door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard, het hofarrest vernietigd voor een deel en de zaak terugverwezen naar het hof voor verdere behandeling.