ECLI:NL:GHDHA:2014:1868
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- E.A. Mink
- A.N. Labohm
- A.H.N. Stollenwerck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vonnis over zekerheidsstelling in nalatenschapsgeschil wegens te late vordering
In deze zaak staat een geschil centraal over de verplichting tot het stellen van zekerheid in een nalatenschapskwestie. De moeder was door de rechtbank veroordeeld tot het vestigen van een hypotheek als zekerheid voor een vordering van de dochter uit hoofde van overbedeling in de ouderlijke boedelverdeling.
De moeder kwam in hoger beroep tegen dit vonnis en stelde dat de dochter te laat was met het vorderen van zekerheid, omdat de termijn die in het testament was gesteld om een akte vaststelling erfdelen te passeren was. Het hof stelde vast dat een dergelijke akte nooit was verleden en dat de dochter pas jaren na het overlijden van de erflater om zekerheid vroeg, wat te laat was volgens de testamentaire bepalingen en de wettelijke regels.
Het hof vernietigde daarom het bestreden vonnis voor zover het de zekerheidsstelling betrof, wees de vordering van de dochter af, en veroordeelde de dochter tot terugbetaling van de door de moeder reeds betaalde notariskosten met wettelijke rente. De proceskostenveroordeling werd grotendeels gehandhaafd, met een veroordeling van de dochter in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis voor de zekerheidsstelling, wijst de vordering van de dochter af en veroordeelt haar tot vergoeding van notariskosten aan de moeder.