Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
eerste onderdeelkeert zich tegen het oordeel van het hof in rov. 8 dat het betoog van de dochter dat de uitspraak van het hof Den Haag ‘van de baan’ is en onherroepelijk is vernietigd, niet juist is. Ook keert het onderdeel zich tegen het oordeel van het hof dat in het arrest van de Hoge Raad waarbij de vernietiging en verwijzing is uitgesproken, geen definitieve beslissing ten aanzien van de proceskostenveroordeling besloten ligt. Beide oordelen zijn volgens het onderdeel rechtens onjuist dan wel onbegrijpelijk.
tweede onderdeelbevat een voortbouwende klacht gericht tegen rov. 10 van het bestreden arrest, waarin het hof de proceskosten in hoger beroep tussen partijen heeft gecompenseerd. Nu het eerste onderdeel niet tot cassatie kan leiden, behoeft het tweede onderdeel geen bespreking.