ECLI:NL:GHDHA:2014:2361
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over voortzetting arbeidsovereenkomst na ketenregeling en beëindiging
Appellant was vanaf 28 februari 2011 in dienst bij Dakteam en later bij Dakbeheer, waarbij de arbeidsovereenkomst meerdere keren werd verlengd. Na beëindiging per 28 februari 2013 ontving appellant een eindafrekening en een getuigschrift, en ontving hij een WW-uitkering. Vervolgens trad appellant als uitzendkracht in dienst bij een payrollbedrijf.
Appellant stelde dat op grond van de ketenregeling zijn arbeidsovereenkomst bij Dakbeheer voor onbepaalde tijd voortduurde en vorderde loondoorbetaling en werkhervatting. De kantonrechter wees deze vorderingen af, stellende dat appellant het initiatief tot beëindiging had aanvaard en berustte in de situatie.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het arbeidsrecht een gesloten ontslagstelsel kent en dat zijn rechten niet door tijdsverloop zijn prijsgegeven. Het hof oordeelde echter dat appellant niet tijdig, binnen zes maanden, de nietigheid van de opzegging had ingeroepen zoals vereist, waardoor hij geen beroep meer kon doen op de voortzetting van het dienstverband.
Het hof bevestigde dat Dakbeheer als opvolgend werkgever geldt en dat de arbeidsovereenkomst als voor onbepaalde tijd moet worden beschouwd, maar dat de nietigheid van de opzegging niet tijdig was ingeroepen. Ook achtte het hof aannemelijk dat appellant zich had neergelegd bij de beëindiging. Het hof verwierp het incidenteel appel en bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter, en veroordeelde appellant in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat het dienstverband per 28 februari 2013 is geëindigd en wijst de vorderingen van appellant af.