ECLI:NL:GHDHA:2014:2862
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanslag afvalstoffenheffing voor woonruimte in woonzorgcentrum
De zaak betreft een hoger beroep tegen de aanslag afvalstoffenheffing opgelegd aan de erven van een overleden persoon die in 2012 woonde in een woonzorgcentrum. De kern van het geschil was of de woonruimte als perceel in de zin van de Wet milieubeheer en de gemeentelijke verordening moet worden aangemerkt.
De rechtbank had geoordeeld dat de woonruimte, ondanks dat deze deel uitmaakt van een zorginstelling en voorzien is van speciale voorzieningen, bestemd is voor het voeren van een particuliere huishouding. Dit oordeel werd gebaseerd op de bouwkundige indeling, de aanwezigheid van een keukenblok en het feit dat er huishoudelijke afvalstoffen ontstonden.
Het Gerechtshof Den Haag bevestigde dit oordeel en oordeelde dat de aanslag terecht is opgelegd. Het hof benadrukte dat de zorgindicatie en het feit dat maaltijden en huishoudelijke taken door derden werden uitgevoerd niet afdoen aan het voeren van een particuliere huishouding. Ook het afsluiten van de energietoevoer naar het keukenblok was niet doorslaggevend, mede omdat deze aansluiting eenvoudig hersteld kan worden.
De gemeente had op grond van de Wet milieubeheer de verplichting tot inzameling van huishoudelijke afvalstoffen en mocht daarom de aanslag opleggen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de aanslag afvalstoffenheffing terecht is opgelegd aan de woonruimte in het woonzorgcentrum.