De erflaatster verbleef in 2012 in een woonruimte van een woonzorgcentrum, bestaande uit een kamer, slaapkamer en douche-/wc-ruimte met een keukenblok waarvan de energietoevoer was afgesloten. Voor dat jaar werd haar een aanslag afvalstoffenheffing opgelegd door de gemeente Den Haag.
De Verordening afvalstoffenheffing van Den Haag baseert de heffing op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer, waarbij belasting wordt geheven van degene die gebruik maakt van een perceel waar huishoudelijke afvalstoffen ontstaan. Het hof oordeelde dat de woonruimte, ondanks de zorgfunctie en afgesloten energietoevoer, een perceel is bestemd voor het voeren van een particuliere huishouding waarin geregeld huishoudelijke afvalstoffen ontstaan.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst erop dat de bijzondere zorgvoorzieningen en het feit dat de energietoevoer naar het keukenblok was afgesloten, niet verhinderen dat de woonruimte als perceel wordt aangemerkt. De uitspraak van het hof is voldoende gemotiveerd en niet onbegrijpelijk.
De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en veroordeelt partijen niet in de proceskosten.