ECLI:NL:GHDHA:2014:3179
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toerekenbare tekortkomingen accountant in uitvoering werkzaamheden en schadevergoeding
In deze civiele zaak vordert appellante vergoeding van schade wegens tekortkomingen van haar accountant in de uitvoering van diverse werkzaamheden, waaronder het afhandelen van een claim van de Sociale Verzekeringsbank (SVB), de afwikkeling van IB-aangiften 2005-2008 en de aangifte successierecht.
De feiten zijn niet in geschil: de accountant heeft nagelaten tijdig en adequaat te handelen, zoals blijkt uit het niet tijdig informeren van appellante over aanmaningen en beslissingen van de SVB, onvoldoende schriftelijke actie omtrent de IB-aangiften en het nalaten van passende maatregelen bij de successieaangifte. De klachtencommissie oordeelde dat de accountant niet handelde volgens het fundamenteel beginsel van deskundigheid en zorgvuldigheid.
Het hof volgt dit oordeel en stelt vast dat de accountant toerekenbaar tekort is geschoten. De schade wordt begroot op de invorderingskosten van het dwangbevel van de SVB ad € 1.613,43. Andere door appellante gestelde schade is niet bewezen. Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt geïntimeerde tot vergoeding van deze schade, vermeerderd met rente en kosten.
Uitkomst: Geïntimeerde is toerekenbaar tekortgeschoten en veroordeeld tot vergoeding van € 1.613,43 schade met rente en kosten.