Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest d.d. 10 maart 2015
de rechtspersoon naar Iers recht Varde Investments (Ireland) Limited,
[geïntimeerde] ,
niet verschenen.
Het geding
De beoordeling van het hoger beroep
a. Varde is de rechtsopvolgster van Dexia Bank Nederland B.V. (hierna: Dexia) die op haar beurt de rechtsopvolgster is van Bank Labouchere N.V. Laatstgenoemde bank (hierbij handelende onder de naam “Legio-Lease”) en [geïntimeerde] (met als adres [adres], [woonplaats]) hebben op 29 september 2000 een aandelenleaseovereenkomst gesloten waarop de op de achterzijde vermelde Bijzondere Voorwaarden van toepassing zijn. Deze overeenkomst, die onder meer voorzag in de aan- en verkoop van aandelen met geleend geld, is beëindigd.
b. De opbrengst van de verkoop van de aandelen was niet toereikend om de op [geïntimeerde] rustende schuld uit de lening te voldoen. Ondanks herhaalde aanmaningen, die naar voormeld adres en naar het adres [adres] te Vlaardingen, zijn gezonden, heeft [geïntimeerde] niet aan zijn betalingsverplichting voldaan. Hij heeft aan zijn wederpartij bij de overeenkomst (Legio-Lease c.q. Dexia) geen opgave gedaan van zijn nieuwe adres, [adres] te [woonplaats] , waar hij sedert eind 2007 woont.
c. Tussen partijen is een vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen doordat [geïntimeerde] niet tijdig (uiterlijk op 31 juli 2007) de “opt-out verklaring” in het kader van de Duisenberg-regeling (WCAM-overeenkomst, die bij beschikking van het gerechtshof Amsterdam d.d. 25 januari 2007 op de voet van artikel 7: 907 lid 1 BW algemeen verbindend is verklaard) heeft gedaan.
(i) De vordering is verjaard.
(ii) Hij heeft de overeenkomst op grond van dwaling vernietigd.
(iii) De ex-echtgenote heeft nooit toestemming verleend, zoals art. 1:88 BW Pro vereist.
(iv) Het beroep op gebondenheid van [geïntimeerde] aan de vaststellingsovereenkomst is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.
(v) De berekende hoofdsom is niet juist en de gevorderde buitengerechtelijke kosten zijn niet redelijk.