ECLI:NL:GHDHA:2015:2525
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake borgtocht en verjaring vordering tegen failliete vennootschap en borg
In deze zaak gaat het om een geschil tussen [appellant] en Coöperatieve Rabobank Regio Den Haag U.A. over de nakoming van een borgtocht voor maximaal €100.000, aangegaan voor de verplichtingen van Horeca Concept Building B.V. jegens de bank. De rechtbank had de vordering grotendeels toegewezen, waartegen hoger beroep is ingesteld.
Het hof oordeelt dat de rechten uit de borgtocht door fusies correct zijn overgegaan op de huidige bank en dat de vordering op de failliete vennootschap ruim boven het borgtochtbedrag ligt. De bank heeft voldoende bewijs geleverd dat de vordering niet is verjaard, mede door toepassing van artikel 2:23c BW dat verjaring bij ontbinding van de vennootschap verlengt. De stuiting van verjaring door erkenning door [appellant] in 2009 is eveneens bewezen op basis van betrouwbare getuigenverklaringen van bankmedewerkers.
De betwisting door [appellant] van het bestaan van het gesprek en de schuld wordt door het hof verworpen. Ook het verweer van rechtsverwerking faalt. Het hof bekrachtigt de vonnissen van de rechtbank en veroordeelt [appellant] in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de vordering van de bank op de borg wordt toegewezen tot maximaal €100.000.