Conclusie
2.Het procesverloop
3.De bespreking van het cassatiemiddel
op [eiser] zelfniet is verjaard omdat de verjaring tijdig is gestuit door erkenning van de vordering. [7] In cassatie gaat het alleen nog om het standpunt van [eiser] dat de borgtocht teniet is gegaan door voltooiing van de verjaring van de rechtsvordering tot nakoming van de verbintenis van de hoofdschuldenaar (de vennootschap). Het hof heeft dit standpunt, evenals als de rechtbank, verworpen.
hadopgehouden te bestaan” (curs. A-G). Dat lijkt te zien op de situatie dat daadwerkelijk herleving heeft plaatsgevonden.
noodzakelijkwas. Tegen het oordeel van het hof dat het invorderingsrecht was verjaard tenzij rechtsgeldige stuiting op grond van art. 54 lid 4 Rv Pro heeft plaatsgevonden is (zie rov. 2.7 van het hofarrest), is in cassatie niet opgekomen. De Hoge Raad heeft dan ook tot uitgangspunt genomen dat de Ontvanger belang had bij de betekening van het exploot (zie rov. 3.2.6). Uitgaande van dit belang, heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de Ontvanger de weg van art. 54 lid 4 Rv Pro kon volgen en dat heropening van de vereffening op grond van art. 2:23c lid 1 BW niet nodig was.
mogelijkis (via toepassing van art. 54 lid 3 en Pro 4 Rv), betekent niet dat dat die stuiting ook (altijd)
nodigis. [18]